woensdag 10 november 2010

Klein zijn, groot werk doen

Maandag 1 november: een nieuwe maand en een nieuwe week. We hebben weer een verplaatsing per bus voor de boeg. De reis gaat verder noordwaarts richting Baan Mai in de provincie Phayao.

Vanochtend is iedereen weer vroeg paraat. Het programma voor de komende dagen is zo divers en met veel verplaatsingen dat we met handbagage gaan reizen. Dus staan de koffers van de groep om 09.00 uur in de hal van het hotel klaar om naar het huis van Karsten te brengen. Zodra dit klusje gedaan is, vertrekken we richting onze nieuwe bestemming. Onderweg pauzeren we bij de “hete bronnen” van Chiang Rai. Ik laat deze gelegenheid niet onbenut om mijn handen en voeten in het warme water te dompelen. Maar hoe heerlijk dit ook is, de reis gaat verder.

Tegen de middag komen we aan bij het prachtige meer van Phayao. Met uitzicht op het meer heeft Maarten een leuke eetlocatie gevonden waar we de lunch gebruiken. De buschauffeur die ons sinds aankomst in Chiang Mai overal naar toe rijdt, eet meestal alleen aan een aparte tafel.
Na herhaaldelijk aandringen, schuift hij vandaag voor de lunch bij ons aan. Dat ons reisgezelschap “anders” is, dan de toeristen die hij vaak vervoert, geeft hij aan in de manier van hoe wij hem benaderen en met het omgaan. Met de woorden “jullie zijn geen gewone toeristen” wil hij dit benadrukken.


Na de lunch gaan we verder naar de stad Phayao en stoppen bij het voormalig huis van Maarten en Hanneke. Hier hebben zij bijna 7 jaar gewoond en gewerkt. Een kerk, internaat en het dienstencentrum van de kerkprovincie zijn op hetzelfde terrein gebouwd.






Dan gaat de busrit weer verder naar de eindbestemming van vandaag: Baan Mai. In deze plattelandsgemeente woont en werkt het echtpaar Li en Saawkaew. Li is als pastor aan de gemeente verbonden en samen met zijn vrouw heeft hij de zorg van 26 kinderen in het kindertehuis “Mob Rak”.


Tijdens het avondeten praat ik met Li over zijn gemeente en het kindertehuis. Mijn eerste vraag waar hij de opleiding heeft gevolgd antwoordt hij met “bij beiden Van Staveren. Sinds 3 jaar ben ik in deze gemeente werkzaam, daarvoor was ik godsdienst leraar. Ik volgde les op de Bijbelschool van Phayao bij Maarten; vele jaren later, in 2002, ben ik de deeltijd opleiding Bachelor of Arts gestart en heb onder andere Karsten als docent gehad. In 2006 heb ik de studie afgerond en sinds 2007 ben ik hier voorganger.”


Uit mijn gesprekken met Karsten weet ik inmiddels dat vergoedingen een probleem zijn in vooral plattelandsgemeente. Ik vraag Li dan ook naar de grootte van de gemeente en of hij door de gemeente betaald wordt. Li legt uit dat de grootte van een gemeente wordt uitgedrukt in het aantal gezinnen, en voor deze gemeente zijn het er 12! Ik kijk hem aan waarop hij antwoordt “dit zijn 102 leden”. Het is mij nu al duidelijk dat Li niet door de gemeente betaald kan worden. Hij ontvangt zijn vergoeding vanuit het Steunfonds van de Church of Christ in Thailand (CCT).


Li praat graag over zijn gemeente en hoe zijn werkzaamheden eruit zien, maar nog meer wil hij over het kindertehuis vertellen en de meisjes die hierin verblijven. Om dit te begrijpen neemt hij ons eerst mee naar een bergstam. De Hmong bergstam ligt op circa 15 km van het kindertehuis. In dit dorp wonen 250 mensen en 7 kinderen hebben onderdak in het kindertehuis.  



Uit bergstammen op het platteland komen de meeste kinderen naar het kindertehuis. Het tehuis is met steun van Australische en Amerikaanse donoren gebouwd. Uit Nederland komt ondermeer steun voor kosten van de kinderen, spel en ontspanning. De Thaise overheid draagt niets bij.
 
’s Avonds hebben de kinderen een programma voor ons met muziek, zang en dans. Daarna is het snel slapen want om 05.15 worden de kinderen gewekt.

Nelleke


Geen opmerkingen:

Een reactie posten